Waarom het Liliane Fonds kiest voor minder landen
Elk kind met een handicap in een ontwikkelingsland dat hulp nodig heeft, moet die hulp ook kunnen krijgen. Dat vond het Liliane Fonds. Dat vinden we nog steeds. Maar we beseffen ook, dat we nooit miljoenen kinderen kunnen ondersteunen. Juist om meer kinderen beter te helpen, gaat het Liliane Fonds in minder landen werken.
Elk kind dat bij ons aanklopt voor hulp, proberen we te helpen. Dat was van meet af aan het devies van het Liliane Fonds. Hierdoor heeft onze hulpverlening zich (vooral) spontaan verbreid, en 'werken' we nu in bijna 80 landen. Alleen klinkt dit op papier gewichtiger dan het is in de praktijk: in een groot aantal landen zijn er 1-3 lokale contactpersonen, die een handvol kinderen helpen.
Natuurlijk telt elk kind. Maar de spontane groei van ons werk en de verspreiding ervan over te veel landen hebben er ook toe geleid, dat onze hulp dreigt te versnipperen en te 'verdunnen'. Het wordt bovendien steeds lastiger om overal voldoende zicht en grip te hebben op de uitvoering van ons programma, en om in elk land de kwaliteit van de hulp te verzekeren. Bij de huidige omvang van het Liliane Fonds zijn meer sturing en selectie noodzaak geworden. We moeten keuzes maken: waar werken we wel en waar niet?
Concentratiebeleid
Het Liliane Fonds gaat zijn werk de komende jaren concentreren in 30 tot 40 landen. In deze landen zullen we samenwerken met een strategische programmapartner en is er een veldkantoor. In een beperkt aantal 'overige landen' blijven we op kleine schaal actief.
Voor de keuze van landen waar het Liliane Fonds blijft of juist gaat werken, zijn in het concentratiebeleid criteria bepaald, waarvan armoede het belangrijkste is: we kiezen voor de kinderen die onze hulp het hardste nodig hebben. Daarnaast zijn er nog enkele aanvullende criteria. Bijvoorbeeld de geschiedenis van het Liliane Fonds in een land, de spreiding van landen over Afrika, Azië en Latijns-Amerika, en het al of niet aanwezig zijn van andere (ontwikkelings)organisaties.
In de landen waar het Liliane Fonds op termijn niet meer actief zal zijn, wordt de hulpverlening zorgvuldig afgebouwd. Het spreekt vanzelf dat de kinderen die nu ondersteuning krijgen, niet aan hun lot worden overgelaten.
De praktijk
Vanaf 2011 bouwt het Liliane Fonds in elk geval zijn hulp af in 30 landen zonder veldkantoor. In Afrika zijn dit Algerije, Botswana, Egypte, Gambia, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Lesotho, Malawi, Marokko, Mauritanië, Namibië, Somalië, Swaziland en Tunesië. In Azië gaat het om Afghanistan, Albanië, Armenië, China, Irak, Gaza/Westbank, Libanon, Oezbekistan, Papoea-Nieuw Guinea en Syrië.
In Latijns-Amerika betreft het Chili, El Salvador, de Dominicaanse Republiek, Haïti, Jamaica, Suriname en Venezuela. In deze landen worden geen nieuwe kinderen meer opgenomen in het Liliane Fondsprogramma.
In 2011 wordt het concentratiebeleid verder uitgewerkt. In de loop van het jaar wordt bekend in welke andere landen het Liliane Fonds zijn activiteiten stopt, en waar we blijven werken of dat in de toekomst gaan doen.
Zorgvuldigheid
Het Liliane Fonds is er zich van bewust, dat de keuzes die voortvloeien uit het concentratiebeleid, veel impact kunnen hebben. Voor kinderen met een handicap. Voor de partners in het Zuiden. Voor medewerkers op het hoofdkantoor en op de veldkantoren. Daarom worden keuzes met veel zorgvuldigheid gemaakt, verduidelijkt en uitgevoerd.
Voeg toe aan Mijn verslag